Groepstherapie wordt vaak door psychotherapeuten en psychiaters gegeven. Vaak wordt voor hen de term "groepspsychotherapeut" gebruikt om aan te geven vanuit welke achtergrond zij de groepstherapie uitvoeren. Psychotherapeuten, Klinisch psychologen en psychiaters zijn bevoegd om psychotherapie, en dus groepspsychotherapie, uit te voeren.

Deze groepstherapeuten vallen onder de Beroepscode van de overheid en van de Nederlandse Vereniging voor Psychotherapie (NVP).

Maar ook een niet-psychotherapeutisch professional werkt met vormen van groepstherapie binnen het werkveld van de GGZ. Te denken valt aan basis-artsen, GZ-psychologen, B-verpleegkundigen, maatschappelijk werkenden, vaktherapeuten en sociaal-psychiatrisch verpleegkundigen. Op veel klinische afdelingen, afdelingen voor deeltijdbehandeling en in de ambulante hulpverlening vindt groepstherapie plaats. Bijvoorbeeld groepen gericht op het opstellen van behandeldoelen, evaluatie van behandeling, nazorg, een bepaald thema, bespreking van het weekeinde en seksespecifieke onderwerpen.

Een lidmaatschap bij de NVGP als "Groepstherapeut-NVGP" staat open voor psychotherapeuten, klinisch-psychologen en psychiaters geregistreerd bij de overheid (VWS) middels de Wet BIG.

De NVGP stelt het lidmaatschap als "Groepstherapeut-NVGP" ook open voor de Arts en GZ-psycholoog (beiden BIG; art 3), maar zij kunnen vanuit hun basisdiscipline geen psychotherapie uitvoeren en dus ook geen groepspsychotherapie. Zij geven groepstherapie vanuit hun eigen referentiekader en hun BIG-registratie.

Voor de Verpleegkundige (art 3), GZ-Vaktherapeut (art 34) en de GGZ-Agoog (art 34) is het mogelijk lid te worden van de NVGP door de opleiding tot "Groepswerker-NVGP" te volgen. Ook zij geven groepstherapie vanuit hun eigen referentiekader en hun BIG-registratie. Natuurlijk kunnen ook de andere hierboven genoemde disciplines deze opleiding tot "Groepswerker-NVGP" volgen.