7-7-2020

Onderzoek MIND

Hoewel de coronamaatregelen versoepeld zijn, keert het face-to-face contact in de ggz nog onvoldoende terug. Dit blijkt uit een peiling van patiëntenorganisatie MIND. Slechts bij iets meer dan de helft van de patiënten is de behandeling weer zoals voor de corona-uitbraak. Ook de communicatie over hervatting van de behandeling is nog vaak onvoldoende: ruim een op de drie cliënten geeft aan dat de zorgverlener/instelling nog niets heeft laten horen over eventuele hervatting van face-to-face zorg of groepsbijeenkomsten. Bij wie de zorg wel werd hervat, kreeg ruim een kwart geen inspraak.

Voor de derde keer sinds de coronacrisis heeft MIND haar ggz-panel ondervraagd naar de gevolgen van corona en de effecten op hun leven en de zorg voor hun psychische problemen. Uit deze uitvraag die in juni werd gehouden, blijkt dat de zorg van huisartsen (45%), poh’s-ggz (45%) en ggz-behandelaren (42%) nog steeds voor een groot deel digitaal plaatsvindt. Een op de drie respondenten geeft aan dat de bijeenkomsten van hun dagactiviteitencentrum en inloop-, herstel of zelfregiecentrum helemaal gestopt zijn en niet op enigerlei manier zijn hervat.

Gevolgen corona nog steeds groot

De versoepeling van de maatregelen laat een wisselend effect zien op psychische klachten: één op de drie respondenten merkt dat de versoepeling positieve gevolgen heeft voor het psychisch welbevinden: met name door het terugkerende contact met familie en/of vrienden en de grotere bewegingsvrijheid. Daarnaast heeft één op de drie juist meer klachten. Dit wordt veroorzaakt door extra prikkels, de toegenomen druk, angst voor besmetting en stress over mensen die zich niet aan de regels houden.

Naasten van patiënten meer belast

De coronamaatregelen hebben erg veel gevraagd van familieleden en naasten. Door het wegvallen van zorg en toegenomen spanningen bij hun verwanten heeft 42% van hen de afgelopen maanden meer hulp geboden dan vóór de coronacrisis. Ruim de helft van de familieleden en naasten (54%) geeft aan zelf behoefte te hebben aan ondersteuning of hulp.

Zorgen over de toekomst

Aan de deelnemers is gevraagd hoe zij terugkijken op de afgelopen periode en wat ze verwachten van de toekomst voor wat betreft de zorg, dag-invulling, werk en inkomen. Eén op de vijf respondenten verwacht geen passende zorg te zullen ontvangen, als gevolg van de wachtlijst waar ze voor de coronacrisis al op stonden. Een kwart van de respondenten geeft aan dat de behandeling voorlopig digitaal wordt voortgezet en dat zij daar ontevreden over zijn. De meerderheid van de respondenten (60%) geeft aan het vooral belangrijk te vinden dat een-op-een-contact met de hulpverlener of de groepsbehandeling weer terug keert. Net als in de vorige onderzoeken verwacht één op de drie respondenten dat ze het de komende tijd psychisch niet kunnen redden.

Oproep: hervat face-to-face contact

MIND roept hulpverleners en beleidsmakers op haast te maken met het hervatten van de face-to-face zorg en dagbesteding, en daarover goed te communiceren met patiënten en naasten. De toepassing van beeldbellen en e-health is een pragmatische uitkomst gebleken in tijden van nood, maar in veel gevallen sluit dit niet aan bij de behoefte en mogelijkheden van de patiënt. Bovendien is nog onvoldoende bekend over de effecten op de behandeling op de korte en lange termijn.

Derde onderzoek door MIND

Om gefundeerde input te kunnen geven, zette MIND in maart 2020 de eerste vragenlijst uit onder haar ggz-panel bestaande uit 4.000 deelnemers, vervolgens in april en nu van 6 t/m 21 juni opnieuw. Aan deze laatste uitvraag namen 932 respondenten deel waarvan 88% patiënt, 11% familieleden/naasten en 1% overig.

Joomla SEF URLs by Artio