Voor de opzet van dit format is grotendeels gebruikt gemaakt van de indeling die Willem de Haas in zijn boek Groepsbegeleiding en groepsbehandeling in de gezondheidszorg (2008) beschrijft.

Als voorbeeld artikel adviseren wij te lezen:

Hoffman, T. (2018). Omgaan met spanningen binnen een forensische kliniek voor cliënten met LVB- en verslavingsproblematiek. Groepen, tijdschrift voor groepsdynamica en groepspsychotherapie, 13, 2, 26-36.
Zie www.groepspsychotherapie.nl > tijdschrift > tijdschrift artikelen > 2018, nummer 2.

 

1. Inleiding: beschrijf kort iets over de setting en de doelgroep en waarom deze groep opgezet is (zelf bedacht, overgenomen van een collega, langer bestaand aanbod binnen de instelling, variant op een bestaand model, om wachtlijsten te reduceren, als experiment, etc).

 

2.Beschrijf de taakstructuur van de groep: de taakstructuur heeft betrekking op de organisatie en opzet van de groep. Onder de taakstructuur rangschikken we achtereenvolgens (hoofdstuk 3 van De Haas, 2008):

* de doelgroep: de geselecteerde groep mensen met een overeenkomstige hulpvraag en voldoend aan door de groepstherapeut geformuleerde diagnostische criteria (indicaties en contra-indicaties)

* het doel van de groep: datgene wat de groepsleden aan het eind van de groep bereikt willen hebben. Het moet gaan om realistische en haalbare doelen.

* de werkwijze: dit betreft de methode waarmee de doelen worden nagestreefd: protocollen of draaiboek, specifieke technieken (rollenspel) en bejegening (steunend-structurerend, confronterend, openleggend).

* de taak van de groep: het taakgedrag of het uitvoerende werk dat van de groepsleden verwacht wordt om het beoogde resultaat te bereiken, waarbij de gewenste interactie tussen groepsleden een belangrijk taakonderdeel is.

* vormgeving: organisatie van de uitvoering van de groep (samenstelling van de groep, groepsgrootte, open of gesloten groep, duur, frequentie en intensiteit, ruimtelijke setting waarin de groep plaatsvindt)

* evaluatie / resultaat: de wijze waarop het resultaat wordt geëvalueerd of gemeten

3. Beschrijf de processtructuur van de groep: dit verwijst naar de groepsdynamiek en de wijze waarop de groep verloopt. Onder de processtructuur rangschikken we achtereenvolgens:

* groepscohesie: het gevoel van samenhang tussen de groepsleden (zie voor soorten cohesie hoofdstuk 6 van De Haas, 2008). Hoe wordt de groepscohesie door de groepstherapeut bevorderd?

* relatiepatronen en interactielijnen: welke relatiepatronen ontstaan in de groep, zijn er subgroepen, dreigen er gefixeerde patronen te ontstaan, hoe wordt hier door de groepstherapeut mee omgegaan (hoofdstuk 7 van De Haas, 2008)

* ontwikkelingsfasen: de stapsgewijze ontwikkeling van de groep aan de hand van de vier fasen van Levine: parallelfase, opnemingsfase, wederkerigheidsfase en beëindigingsfase en de bijbehorende crises (hoofdstuk 8 van De Haas, 2008).

* groepsnormen en groepsregels: het ontstaan van groepsnormen en groepscultuur (hoofdstuk 9 van De Haas, 2008) en het sturen of bevorderen van groepsnormen

* rollen: welke rollen worden zichtbaar (taakleider, emotionele leider, zondebok, deviant, clown) en ho wordt rolgedrag gestuurd door de groepstherapeut (hoofdstuk 10 van De Haas, 2008).

4. De therapeuten: beschrijf iets over de co-therapie, of indien de groep door slechts één therapeut geleid wordt, waarom is hier voor gekozen? Welke opleiding of ervaring dient een therapeut voor deze groep te hebben? Hoe is de rolverdeling tussen de therapeuten? Is de groep geschikt voor een (groeps)therapeut in opleiding?

5. Indien aanwezig: resultaten van onderzoek of effectmetingen

6. Reflectie:
Beschrijf in het kort waarom deze groep goed (of juist niet) werkt, wat er verbeterd zou kunnen worden, hoe het is om met deze specifieke doelgroep te werken, welke valkuilen er voor de groepstherapeut liggen, of het werken met deze doelgroep energie geeft (of juist kost).

Illustreer uw tekst met een aantal korte vignetten om inzichtelijk te maken wat er in de groep gebeurd en hoe daar op gereageerd of geïntervenieerd wordt. Geef groepsleden gefingeerde voornamen, en zorg voor waarborg van anonimiteit.