Carla Zevering is psychotherapeut en klinisch psycholoog, werkzaam bij het jongerenteam van het NPI te Amsterdam, waar zij samen met vaste co-therapeuten twee Mentalization Based Therapy groepen leidt. De leeftijd van groepsleden uit de ene groep ligt tussen de 17 en 19 jaar, bij de andere groep is dat tussen de 20 en 23 jaar. In beide groepen gaat het om jongeren met een Borderline persoonlijkheidsstoornis of borderline persoonlijkheidstrekken. De groepen komen wekelijks bijeen. Daarnaast is er wekelijks een individueel contact bij één van de groepstherapeuten, is er wekelijks een individueel contact met de sociotherapeut, en zijn ook een systeemtherapeut en een psychiater inzetbaar en onderdeel van het jongerenteam. De sociotherapeut is tevens de vaste invalkracht als een van de groepstherapeuten afwezig is.

Voorafgaand aan de lockdown en de beslissing dat er ook binnen de ggz geen face-to-face contacten meer mochten plaatsvinden, hoorde Carla van een van de psychiaters uit dat de dreigende pandemie serieus genomen moest worden en grote gevolgen zou kunnen hebben voor de behandeling. Op dat moment werd bij haar de loochening doorbroken, de ernst van de situatie voor het eerst van dichtbij ervaren en opeens geen ver-van-mijn-bed-show meer. En dus een reden om dit in de groep te bespreken. Maar nadat zij dit vervolgens in de groep meldde, om als het ware een voorschot te nemen op wat er mogelijk zou gaan veranderen, werd er alom laconiek gereageerd. Wat er toen bekend was over COVID-19 was dat het vooral ouderen zou kunnen treffen, en op basis daarvan leek deze jongerengroep zich weinig zorgen te maken.

In de twee weken daarna was Carla vanwege omstandigheden niet aanwezig op haar werk. Bij terugkeer trof zij een compleet veranderde werkomgeving aan, waar heel veel uitgezocht moest worden. Het installeren van de thuiswerkplek, de beveiliging daarvan, het beeldbellen via de  juiste links, gaf veel organisatie en uitzoekwerk. Vooral was er veel vraag en aanvankelijk ook onduidelijkheid welk software systeem het beeldbellen in groepsverband zou moeten ondersteunen; Zoom werd niet veilig bevonden ook al wilden collegae op andere afdelingen daar meteen mee aan de slag gaan. Dit was een ambivalente situatie voor Carla: aan de ene kant de wens dat er zo snel mogelijk weer een groep kon plaatsvinden, aan de andere kant  de neiging om een flinke pas op de plaats maken, liever dan overhaast aan iets beginnen, zeker gezien de kwetsbaarheid van haar groepsleden., maar ook vanuit eigen onbekendheid met de effecten van  therapie via  het beeldscherm.  

Vanwege de leeftijd en ontwikkelingsfase van de adolescenten betekende de lockdown voor een aantal groepsleden dat zij van hun studentenkamer weer bij hun ouders thuis kwamen te wonen. Voor de meesten geen vanzelfsprekend veilige ruimte om vrijuit te praten. Ook al konden zij zich wel even in een eigen kamer terugtrekken, praten over je ouders via beeldbellen terwijl zij in de kamer naast je zitten, werkt gewoon niet. En bij groepsleden die ervoor kozen om op hun studentenkamer te blijven, speelden anderen beperkingen: huisgenoten die binnen zouden kunnen komen of in gehorige panden zouden kunnen meeluisteren. En bij degenen die samenwoonden maar slechts over kleine woonruimte beschikten, moest de partner eerst het huis uit gestuurd worden om de privacy te waarborgen. Anderen waren juist erg eenzaam in hun studentenhuis omdat huisgenoten wel naar hun ouders gingen en zij alleen in het pand achter bleven. En niet iedereen heeft ouders waar men terecht kan.

Omdat het management nog geen groen licht voor een beveiligde online groepsverbinding kon geven, lag de groep feitelijk al een aantal weken stil. Met het team werd wel triage gepleegd: welke groepsleden lopen het meeste risico op terugval in oud (destructief) gedrag, welke groepsleden zijn crisisgevoelig, en welke groepsleden zijn al een tijd stabiel of aan het einde van hun behandeltraject. Afhankelijk van deze inschatting werd er getelefoneerd of via individueel beeldbellen contact gezocht. Daarnaast onderhoudt de sociotherapeut veel contact om te monitoren hoe het gaat met dag-structuur, eten, slapen, verleidingen, destructief gedrag…

In het individuele contact geven sommige groepsleden wel aan de groep of de anderen te missen. Toch lijken de meesten vooral bezig met hun eigen situatie, en dat is ook wat Carla en haar collegae primair wilden weten en in de gaten proberen te houden. Maar daarmee is het groepsproces wel stil komen te liggen.  Recent werd bekend dat begin mei veilig gestart kan worden en is er groen licht gegeven voor groepsbeeldbellen, eerst via Lifesize, om later weer over te stappen op MS Teams. Hoewel dit voor het vlottrekken van het groepsproces zeker kansen biedt, en een mooie positieve ontwikkeling is, blijft het gevoel een haastklus te moeten leveren bestaan. Het zou welkom zijn geweest eerst zelf bekend te raken met de techniek en meer te weten wat beeldbellen kan doen met de groepsdynamiek en de onderlinge interacties. Dat geldt ook zeker voor de samenwerking met je co-therapeut tijdens het beeldbellen. Wordt het belang van de privacy en de veiligheidsaspecten door jongeren anders gewogen dan door volwassenen? Hoewel het antwoord daarop niet eenduidig is, zorgen Carla en haar team er wel voor dat de informatiebrief en het toestemmingsformulier in heldere (MBT) taal gesteld is, misschien nog explicieter dan bij volwassenen geformuleerd wordt, en zal er met iedereen ook apart gebeld worden om te checken of de jongere echt snapt wat het geven van toestemming behelst, wat de consequenties zijn.

Hoe hebben de groepsleden gereageerd op het wegvallen van de wekelijkse groepszittingen en ook het individuele face-to face contact? ‘Heel wisselend,’ antwoordt Carla. ‘Voor een paar komt de sociale onthouding heel goed uit, het sluit aan bij hun vermijdingsstrategieën, en nu verwacht niemand dat ze aan exposure in sociale situaties gaan doen. Eén meisje dat al lang in de groep zit, ervaart de lockdown als extra bezinningstijd, zij kan aangeven dat ze veel geleerd heeft in de groep en dat ze daar nu op terug kan vallen. Maar er zijn er ook twee die van de gelegenheid gebruik maken om als het ware via de achterdeur afscheid te nemen van de groep en de behandeling, iets wat ze tijdens de behandeling ook met enige regelmaat deden. Weer anderen geven aan dat ze de groep en de groepskamer missen. Dan wordt er gevraagd naar de planten in de groepskamer, of naar de emmer in de hoek waar het wel eens lekte. Dat is niet zo gek als je bedenkt dat voor de groepsleden de fysieke groepskamer een transitionele ruimte is, de plek waar gewerkt wordt, die buiten de eigen woon- en leefomgeving gesitueerd is.’

Het lang achter elkaar beeldbellen met individuele groepsleden maakte dat Carla aanvankelijk aan het einde van de dag de groepsleden in haar hoofd alleen nog maar in een rechthoekig kader van het scherm kon visualiseren, alsof zij gereduceerd waren tot een hoofd in het 13 inch frame van haar laptop. Voor jongeren met een negatief zelfbeeld en een stoornis in de lichaamsbeleving is beeldbellen overigens vaak te confronterend, omdat zij ook zichzelf steeds in beeld zien. Ontroerend is dat jongeren vaak hun kamer laten zien, je deelgenoot maken van hun leefomgeving: trots een pas geverfde muur laten zien, een collage die verlangens uitdrukt, of de kerstverlichting die een groepslid aandoet als ze uit huis gaat, zodat ze in een gezellig verlichte studentenkamer thuiskomt.

Een crisis zoals de COVID-19 uitbraak tot gevolg heeft, vraagt veel van cliënten maar ook veel van het behandelteam. Pionieren, experimenteren, aanpassen, kijken wat er mogelijk is en wat er verantwoord is, kan gemakkelijk leiden tot vermoeidheid of uitputting. Bovendien werkt een crisis als een vergrootglas: zwakkere plekken in organisatiestructuur en team worden, door deze buitengewone omstandigheden die buitengewone inzet vragen, eerder zichtbaar en voelbaar.

 

Opgetekend april 2020 door Arnout ter Haar     

Joomla SEF URLs by Artio