Niels Born is psychotherapeut in opleiding, en leidt samen met een ervaren collega (Anneke de Wolf) sinds oktober 2019 een open psychodynamische groep. Het is zijn eerste groepstherapie, en hij is enthousiast over deze manier van psychotherapie bedrijven, met name over het gegeven dat je de ruimte hebt om met enige afstand, beschouwend naar de grote lijnen, het proces kunt kijken. Hoe heeft hij de overgang van samen in een groepskamer aanwezig zijn naar Zoom-sessies ervaren, en welke stappen heeft hij daarin genomen?

Het betreft een gemengde groep die in oktober 2019 gestart is, bestaande uit zeven groepsleden, in de leeftijd tussen 25 en 34 jaar. Er is overwegend sprake van Cluster C persoonlijkheidstrekken, dus eerder internaliserend dan externaliserend gedrag, zich uitend in stemmings- en angstklachten. Terugkerende thema’s in deze groep zijn intimiteit, relaties, het kwetsbare zelfgevoel, onzekerheid, gebrek aan zelfvertrouwen, en problemen in het gezin van herkomst. Het is een groep die goed loopt, er is sprake van sterke wederzijdse betrokkenheid en cohesie. Nog voor de maatregel van kracht ging dat er geen face-to-face contacten meer mochten plaatsvinden, en dus ook geen groepsbijeenkomsten, waren er al enkele groepsleden die zich onprettig voelden bij de mogelijke risico’s van samenkomen, en om die reden hadden afgezegd. De twee weken voor de lockdown was de groep dus al in kleinere samenstelling bijeengekomen. Samen met zijn co-therapeut besprak Niels dat het van belang was om het contact met de groepsleden en de groep als geheel zo goed mogelijk te continueren, omdat het inmiddels op gang gekomen groepsproces dan zomaar stil zou komen te vallen.

Omdat ze zelf geen ervaring hadden met online groepstherapie gingen ze te rade bij collegae groepstherapeuten, en kwamen zo uit op het gebruik van Zoom als medium om elkaar gelijktijdig, in groepsverband te kunnen zien en spreken. Van te voren werden de groepsleden individueel benaderd per e-mail met de vraag of zij akkoord gingen om op deze manier het contact vast te houden. Dat werd door alle groepsleden meteen omarmd. Men was blij dat het contact gecontinueerd kon worden, juist in deze vervreemdende en ook angstig makende tijd. Vooral voor de groepsleden zonder partner bleek de onduidelijkheid van de situatie angst verhogend te werken. De online groep zou net als gewoonlijk op het vaste tijdstip en met dezelfde tijdsduur plaatsvinden.

Uit de informatie van collegae had Niels begrepen dat je bij het online therapie bedrijven veel meer structuur moet aanbieden. De eerste online sessie begon dan ook met alle groepsleden om beurten te laten vertellen hoe het met hen ging. Daarna zag hij tot zijn verrassing dat de manier van interacteren tussen de groepsleden eigenlijk als vanzelfsprekend door ging zoals ze dat in elkaars fysieke aanwezigheid gewend waren te doen. En hoewel het natuurlijk anders was dan met elkaar in één groepstherapiekamer aanwezig te zijn, was het toch vooral heel erg vergelijkbaar. Er werd op elkaar gereageerd, emoties werden getoond en geuit, en het groepsproces leek door te gaan waar het gebleven was.

Aanvankelijk zaten Niels en zijn co-therapeut samen in één ruimte, maar dat bleek geluidstechnisch niet handig: het geluid kreeg een echo en ging rondzingen. Nadat één van de twee elders was gaan zitten, was dit probleem opgelost. Het betekende wel dat de vanzelfsprekende non-verbale afstemming die je als co-therapeuten kunt hebben anders verloopt, maar onoverkomelijk bleek dit niet te zijn in de vier keer dat de groep online heeft plaats gevonden. Het kan daarbij natuurlijk ook wel eens mis gaan, omdat je bijvoorbeeld een gezichtsuitdrukking van iemand verkeerd leest. Zo dacht Niels op een gegeven moment dat een van de groepsleden aan het huilen was. Dat bleek niet het geval, maar ook dat kon meteen rechtgezet worden zonder dat het storend werkte op het verdere groepsproces als geheel. Bij nader inzien denkt Niels dat het ook voordelen kan hebben om op deze manier te (moeten) werken. Zo moeten groepsleden bij gebrek aan een compleet lichaamsbeeld van de anderen zich nadrukkelijker uitspreken, iets wat voor een naar vermijding neigende groep uiteraard een zeer goede oefening is. Bijvoorbeeld: ‘Ik zie je bedenkelijk kijken, klopt dat?’ of ‘Je hebt nog weinig gezegd tot nu toe, hoe gaat het eigenlijk met je?’ Groepsleden gaan wat meer voor elkaar zorgen lijkt het wel, de cohesie lijkt ook toegenomen, en zeker niet afgenomen door het beeldbellen. Hierbij speelt natuurlijk wel mee dat de groep al een half jaar met elkaar in deze samenstelling gewerkt heeft en de regels van het spel kent. Betekent dit dat een nieuw groepslid voorlopig niet zou kunnen instromen als deze lockdown nog lang gaat duren? Wat Niels en zijn co-therapeut betreft niet. ‘We hebben een cliënte die voor deze groep geïndiceerd is. We hebben haar aangeboden om online in te stromen, we hadden er vertrouwen in dat dat goed zou kunnen verlopen. Uiteindelijk heeft cliënte daar zelf van af gezien, maar van ons had ze er op deze manier ook bij gekund.’

Al met al is een nieuwsgierige en open houding, die je sowieso als psychotherapeut dient te hebben, wel behulpzaam bij dit online experiment. ‘Ik vind het interessant om te zien wat dit met de groep en het groepsproces doet, welke nieuwe en onverwachte kansen het biedt. Op basis van deze vier sessies heb ik er vertrouwen in dat we dit nog een lange tijd kunnen volhouden als dat nodig mocht zijn,’ aldus Niels.

Opgetekend door Arnout ter Haar

Joomla SEF URLs by Artio